Home Vereniging Roeien Adres & contact Ledensectie Gastenboek

 

RV Nautilus >>>> Historie

The Nautilus rowing-club was founded 1 januari 1886 by a group of 10 Rotterdam youngsters. It was located in the center of Rotterdam, and the successes of its members were responsible for a growth in its first 25 years to a memberschip of over 100. All male, since it wasn't until 1917 that the club decided to allow female members as well. In 1924 the club moved to Kralingen and Hillegersberg, as the Maas was getting too busy for rowing. On the waters of the Rotte the club continued to grow, and its members still gains successes, including, shortly after its centennial, three world championships. Nowadays Nautilus has about 500 members, rowing at two locations.

 The flag of Nautilus is a blue cross on a white field.

Sinds 1886

In de jaren 1884/1885 groeide bij 10 Rotterdamse jongens in de leeftijd van 15 tot 18 jaar het idee een roeivereniging op te richten. Op 1 januari 1886 werden de statuten van Roeivereeniging "Nautilus" opgemaakt en die datum is het beginpunt van de geschiedenis van Nautilus. In 1887 huurde de vereniging bij de botenbouwers Deichmann & Ritchie een deel van een houten loods op het Noordereiland. Ook werden bij Deichmann & Ritchie de eerste twee eigen boten van de vereniging gebouwd. De loods bij Deichmann was al rap te klein. In 1893 werd een drijvende loods van 18 x 6 meter aangekocht voor f 395,--. Deze loods werd eerst in het Boerengat en in 1894 in de Nieuwe Haven gelegd. Op deze plaats heeft de vereniging ruim 30 jaar doorgebracht, midden in de stad Rotterdam. De Nieuwe Haven is na 1940 gedempt en op die plaats ligt thans de Burgemeester van Walsumweg tussen Oostplein en Station Blaak. In 1896 telde de vereniging ruim 50 leden, alleen mannen want vrouwen werden toen nog niet toegelaten. Door het groeiend aantal leden werd de loods te klein. Het kwam regelmatig voor dat het drijfvermogen tekort schoot als er veel leden aanwezig waren. Het water drong dan de kleedkamer en de loods binnen. Bovendien kende de loods geen voorzieningen. Als wasgelegenheid moest men voor zichzelf een emmertje water uit de Nieuwe Haven scheppen, en als die emmer geperforeerd was, had men een douche. Afvoer van water was er niet.

Na veel rekenen werd in 1901 opdracht gegeven tot het bouwen van een nieuw drijvend botenhuis, kosten f 10.000,--. In 1902 is het botenhuis helemaal klaar. De exploitatie van het buffet in het clublokaal wordt voor f 2.000,-- per jaar gepacht door de bekende Rotterdamse horeca-ondernemer C.N.A. Loos, lid van de vereniging.Op 13 juni 1902 winnen De Bij en Loos de eerste wedstrijd voor Nautilus in het nummer "oude vier" op de Koninklijke. Gedurende de volgende 15 jaar groeit Nautilus uit tot een toonaangevende vereniging. De ligging midden in de stad garandeert dat de vereniging steeds in het middelpunt van de belangstelling staat. In 1910 zijn er meer dan 100 leden.

Ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum (1911) laat Nautilus de eerste overnaadse achtriemsgiek van Nederland bouwen bij Deichmann & Ritchie, die toen in Nijmegen een werf hadden. Een ploeg Nautilianen roeide de boot over het 130 km lange traject naar Rotterdam. Deze thans 90-jarige overnaadse acht is er nog steeds in het botenhuis aan de Oude Plantage. Voor zover bekend is het de enige nog vaarklare overnaadse acht in Nederland. Deze boot is bovendien nooit anders dan op eigen kiel vervoerd.

gezicht op de oude Oostbrug met rechts RV Nautilus begin 20e eeuwIn de jaren 1911-1916 worden herhaaldelijk wedstrijden gewonnen. De namen De Bij, Van Heelsbergen, Jongeneel, Bekker, Loos Snelleman, Van Beest, Grootenhuis en Stoon worden door tegenstanders gevreesd. Op toerroei-gebied wordt ook een huzarenstuk verricht. In 1916 steekt de ploeg van Polak en Overstrijd in een wherry de toenmalige Zuiderzee dwars over, waarmee deze Nautilianen ruim de dagbladen haalden. Nautilus is ook een van de oprichtende verenigingen van de (later Koninklijke) Nederlandsche Roeibond.

Wederom wordt door het groeiend ledental het botenhuis te klein. Tijdens drukbezochte vergaderingen moet scherp worden opgelet of het botenhuis wel boven water blijft. Reeds in de jaren 1912-1914 denkt men over een andere behuizing, waarbij ook de Rotte al ter sprake komt omdat het scheepvaartverkeer op de rivier de Maas steeds drukker wordt. Het drijvende botenhuis wordt echter hersteld en aangepast.
Dat laatste is nodig omdat in 1917 de ledenvergadering besluit dat vrouwen voortaan lid mogen worden van de vereniging. Onder aandrang van De Bij komt het bestuur in 1919 met het voorstel de damesafdeling weer te sluiten omdat de aanwezigheid van dames de ware opofferingen die een wedstrijdroeier zich moest getroosten al te zwaar zouden doen lijken. Bovendien leidden die dames de aandacht maar af. In 1918 was namelijk een einde gekomen aan de lange periode waarin Nautilus wedstrijden naar believen scheen te winnen en De Bij dacht dat de heren liever hun tijd besteedden op toertochten met dames in gemengde ploegen. Na verhitte discussies wordt in 1920 besloten dat de dames mogen blijven. De Bij heeft overigens later toegegeven dat vrouwen ook goed konden wedstrijdroeien.

promotietocht De Blaak jaren 20Van hun kant lieten de dames zich ook niet onbetuigd. Sinds 1917 moesten zij in een lange witte rok roeien. In boten met vaste bank was dat niet zo bezwaarlijk. In boten met rolbanken was het gebruik van een om de rok geslagen en aangetrokken schort noodzakelijk. In 1921 wensten de dames over te gaan tot het dragen van een pantalon. Deze wens verwekte algehele opschudding en wederom verhitte discussies. Maar: de pantalon kwam er, zij het dat de dames hun "even over de knieën sluitende pantalon" moesten verbergen onder de witte rok zodra zij op de wal kwamen. Nautilus lag immer nog steeds in het midden van de stad.

Na veel rekenen wordt op 11 september 1922 besloten tot de bouw van een vast botenhuis aan de Oude Plantage te Kralingen naar een ontwerp van het lid Van der Kloot Meyburg.Tegen het eind van 1923 wordt het oude botenhuis verlaten. Na bijna 30 jaar verdwijnt Nautilus uit de Nieuwe Haven en het centrum van de stad. Het nieuwe gebouw aan de Oude Plantage werd op 25 oktober 1924 officieel geopend in aanwezigheid van B & W van Rotterdam.
De wedstrijdroeiers verkeerden echter van 1920 nog in zeer Spartaanse omstandigheden rond een steeds verbouwde maar zeer primitieve houten loods aan de Rotte op dezelfde plek waar nu nog steeds een Nautilusgebouw staat. De leden moesten zich douchen met water uit de Rotte, er was geen vloer in de loods en de verwarming bestond uit een kacheltje. Het merkwaardige is dat de Rotte-afdeling zijn bestaan niet aan de vereniging zelf, maar aan welgeteld één lid, de heer H.A. de Bij, te danken had. De Bij betaalde bijna alles: de huur voor het gebouwtje, de verbouwingen, de boten en de botenbaas en het onderhoud. Alles mocht door de Nautilianen gebruikt worden. In 1927 wordt er een nieuwe loods bijgebouwd en ontstaat daar de "binnenwater afdeling" van Nautilus. In 1929 wordt het dames toegestaan echte wedstrijden te roeien, iets wat zij daarvoor niet mochten.

2e rotteloodsIn het voorjaar van 1940 bood de gemeente Hillegersberg aan een geheel nieuwe loods te bouwen op dezelfde plaats en die aan huur slechts één gulden per week hoefde te kosten. Deze loods was een grote vooruitgang want er was nu tenminste een vloer in gelegd en er waren toiletten, maar het bleef allemaal erg sober. Elektriciteit en warm water waren er niet. Deze loods heeft tot 1970 dienst gedaan.

Tijdens de oorlog mocht er niet meer op de rivier worden geroeid. De vloot werd naar verschillende plaatsen buiten Rotterdam overgebracht. Op 11 juli 1941 worden de bezittingen van Nautilus door de Duitsers in beslag genomen en worden de beide verenigingsgebouwen gesloten. Tevens werd bevel gegeven de vereniging te liquideren. Zustervereniging De Maas onderging hetzelfde lot. De aangewezen beheerder maakt het geld op maar zet de liquidatie van de vereniging niet door. Voor het eerst konden er op zaterdag 9 juni 1945 weer boten uitvaren op de rivier, de vereniging bestond nog maar is ernstig berooid.

Op wedstrijdgebied krijgt Nautilus weer een kampioene: Agnes Reuter. Zij is nationaal kampioene skiff in 1951 tot en met 1956 en behaalt tweede plaatsen op Europese kampioenschappen. Ook de eerste Head of the River voor dames (1954) wordt door een Nautilus-acht gewonnen.

3e rotteloodsIn 1969 wordt een nieuwe Rotteloods (de derde) gebouwd op de plek van de oude loods, dat is dus dezelfde plek waar de heer De Bij al vóór 1920 "zijn" wedstrijd afdeling begon. De loods wordt op 30 mei 1970 geopend en zal eind september 1996 gesloopt worden voor de bouw van alweer de vierde Nautilus-vestiging op deze plek sinds 1920.

In 1983 wordt besloten tot de hoognodige restauratie van het gebouw aan de Oude Plantage over te gaan. Er wordt hard gewerkt om het gebouw toonbaar te krijgen voor de viering van het eeuwfeest in 1986.

Een bijzonder evenement, bedoeld als eenmalige gebeurtenis in het eeuwfeestjaar 1986, is de Bruggenloop. Creatieve leden verzinnen een prestatieloop met start en aankomst op de Oude Plantage die over de drie Rotterdamse rivierbruggen voert, inclusief de Van Brienenoordbrug.
Het succes is overdonderend en sindsdien is deze Bruggenloop een niet meer weg te denken jaarlijks evenement, waaraan zo'n vierduizend lopers meedoen.
In het eeuwfeestjaar gebeuren er niet alleen leuke dingen, maar ook nare. In de vroege ochtend van 4 augustus 1986 wordt in de Rotteloods ingebroken en vervolgens brand gesticht. De inbrekers hebben geprobeerd ook in de botenloods brand te stichten door brandende lappen op twee boten te leggen. Het is een wonder dat die brand niet aanslaat, de hele Rottevloot zou anders in vlammen zijn opgegaan. De twee boten wilden echter niet branden. Eén van de twee aangestoken boten heet "H.A. de Bij", naar de grondlegger van het Rotteroeien. Wellicht heeft De Bij posthuum het tenietgaan van zijn geesteskind voorkomen.

Op wedstrijdgebied is Nautilus zeer succesvol. In 1989 worden maar liefst drie Nautilianen wereldkampioen. Pieter Wiltenburg en Arthur ten Katen worden senior-B wereldkampioen in de ongestuurde twee. Koos Maasdijk wordt senior-B wereldkampioen in de skiff. Later in dat jaar haalt Koos Maasdijk goud in het nummer dubbel vier op de wereldkampioenschappen.

Nautilus bestaat naast het wedstrijdroeien vooral uit toerroeien op de rivier de Maas. Vanuit de locatie aan de Oude Plantage worden zeer regelmatig één- of meerdaagse tochten in binnen- en buitenland georganiseerd, waaronder de Staelduyntocht en de Haventocht die beide voor leden van andere verenigingen openstaan. De Haventocht is een werkelijk unieke gelegenheid om de grote Rotterdamse havens per roeiboot te bevaren, want dat is buiten die ene tocht niet toegestaan.

Nautilus vierde in 1996 haar 110-jarig bestaan als bloeiende vereniging met vertrouwen in de toekomst. Door het groeiend ledental is de vestiging aan de Rotte te klein geworden. Na wederom het nodige rekenwerk wordt opdracht gegeven een nieuwe loods te bouwen op de bestaande plek. Dit gebouw dat uit twee etages bestaat werd geopend op 7 juni 1997.
Het hoofdgebouw aan de Oude Plantage heeft in 2000/2001 een grote renovatie ondergaan.

Een nieuw fenomeen in het toerroeien is het Lange-Afstand-Roeien. Dit zijn tochten die minimaal 50 kilometer lang zijn. Er kan individueel of in estafettevorm worden geroeid. Soms bevatten ze ook een wedstrijdelement. Nautilus neemt een vooraanstaande plaats in bij de lange afstanden. Van de 15 tochten verspreid over het hele land worden er twee door Nautilus georganiseerd. In het tweede jaar van het bestaan van deze vorm van roeien werd de Lauwerkrans voor Nautilus gewonnen door Ricardo Oschatz. Het daaropvolgende jaar werd de Lauwerkrans overgenomen door Pleun Honig.
 

1886 - 2007: de voorzitters


1886 - 1889
J. van Pelt

1889 - 1912
J. van den Ende

1912 - 1915
J.B. Jongeneel

1915 - 1918
W. Pluymert

1918 - 1921
E. Groosjohan

1921 - 1962
J.G. Bosma

1962 - 1979
D.A. Meijers

1979 - 1985
B.J. Schuuring

1985 - 1988
H. Vaatstra

1988 - 1994
A.F. de Wolf

1994 - 2000
G. Smits

2000 - 2005
mw. I.W.J. Deichmann

2005 - 2009
mw. I.J.M. Stegmann

2009 -
F. van der Vliet
 

De geschiedenis van de honderdjarige roeivereniging Nautilus


Geschiedschrijving door Fred van der Velden.
Uit: jubileumeditie 'De Nautiliaan' voorjaar 1987.
deel 1
deel 2
(pdf bestanden)
 

De geschiedenis van Elisabeth Brandel Cohen

Geachte Nautilianen,

Ook al is het vele jaren geleden dat ik voor het laatst roeiriemen in handen heb gehad en ik nauwelijks iets weet van uw mooie sport, hoop ik toch dat u de moeite neemt om het onderstaande te lezen. Het is de bijzondere, en ook tragische, geschiedenis van één van de leden van uw vereniging.

Het waren de verhalen van mijn schoonmoeder, kortweg Nella genoemd, die mij hebben aangezet tot een historisch onderzoekje. Zij was voor de oorlog, zoals zovele Duitse dienstmeisjes, in Nederland komen werken, in haar geval bij het echtpaar Brandel aan de Nieuwe Binnenweg 136. Voor de handel en wandel van dit kinderloos gebleven paar – zij waren op 24-9-1908 gehuwd - ben ik mij in het bijzonder gaan interesseren. Beiden waren cultureel en maatschappelijk zeer betrokken, deels in Joodse, deels in niet-Joodse organisaties.

Aron Brandel (6-11-1879), was een welgestelde fabrikant van confectie- en werkkleding, een bedrijfstak waarin velen van Joodse geboorte hun brood verdienden. Brandel was zeer actief in de Kamer van Koophandel. Hij zat verscheidene commissies voor. Nog is in de NRC van 9-9-1925 terug te vinden, hoe hij gepleit heeft voor financiële ondersteuning van het Amsterdamse comité dat de Olympische Spelen van 1928 wilde binnenhalen.
Elisabeth Cohen (31-1-1882), had in 1904 aan het conservatorium van Keulen haar vioolstudie afgerond. Piano was haar tweede instrument. Zij heeft in Rotterdam vele malen opgetreden, onder andere in concerten voor werklozen tijdens de Eerste Wereldoorlog. In 1927 is mevrouw Brandel toegetreden tot het bestuur van 'De Israelietische Gezondheidskolonie Rotterdam', een vereniging ten behoeve van het onderbedeelde Joodse kind. Ondanks emanciperende en integrerende ontwikkelingen van de Joodse gemeenschap in Nederland stond nog steeds een aanzienlijk deel van de Joodse inwoners op de laagste treden van de maatschappelijke ladder, ook in Rotterdam.

Om de verhalen van Nella te verifiëren ben ik op zoek gegaan naar nog levende verwanten van het echtpaar. Na een lange speurtocht vond ik een neef van mevrouw Brandel: de heer Ellis Hertzberger. Hij en zijn vrouw, Jenny Hertzberger-Gold, mensen die de Holocaust overleefd hebben, stonden mij graag te woord. Nella's relaas over hun 'tante Lies' konden zij bevestigen en zij hebben er nog de nodige details aan toegevoegd. Ellis – voor de oorlog een enthousiaste watersporter bij De Trekvogels – kon mij vertellen dat Aron Brandel zich al zeer vroeg bij Nautilus had aangemeld, een vereniging die al in 1912 de ballotage had afgeschaft, dit in tegenstelling tot de roei- en zeilvereniging De Maas.

Nautilus was dus mijn volgende doel. Jeroen de Heij, uw secretaris, is mij zeer behulpzaam geweest. In de bestuurskamer aan het Prinsenmolenpad heb ik een blik mogen werpen in het archief. Hij bezorgde mij een exemplaar van het jubileumnummer van 'DE NAUTILIAAN' uit 1987. En wat lees ik daarin? Mevrouw Brandel was de eerste vrouw die bij Nautilus in een boot stapte. Zij werd de pionier van het vrouwenroeien. In 1917 werd bij een algemene vergadering de vrouwen officieel toegang verleend, ongetwijfeld ook ingegeven door de ophanden zijnde invoering van het algemeen kiesrecht. In hetzelfde nummer zie ik bevestigd, wat Ellis Hertzberger mij vertelde: Het echtpaar Brandel bezat een 4-persoons wherry; vandaar de naam 'Quatre Bras'. Zij hebben er lange tochten mee gemaakt, tot aan de Oude Maas toe. Ook wordt in dit jubileumnummer gerept over een vorig jubileum: het 50-jarig bestaan van Nautilus in 1936. Ik lees dat mevrouw Brandel tijdens de receptie op 18 april van dat jaar de vereniging een 'gladde vier' cadeau gedaan heeft, die gedoopt werd met de naam 'ABC', letters die staan voor Aron, Brandel en Cohen. Dat de heer Brandel bij die gebeurtenis niet aanwezig kon zijn, zal met zijn ziekte te maken hebben gehad. Op 27-10-1936 is hij aan maagkanker overleden.

Wat in de jaren daarvoor rond Nieuwe Binnenweg 136 heeft afgespeeld, verdient enige aandacht. Joden waren ondanks integratie, emancipatie en hun officiële gelijkberechtiging niet overal welkom. Zo was er de sociëteit De Harmonie, een vereniging die actief was op cultureel gebied en die concerten organiseerde in de toenmalige Doelen aan de Coolsingel, maar die middels haar ballotagesysteem Joden zoveel mogelijk buiten de deur hield. De Harmonie trad in 1888 in verbinding met het Concertgebouworkest, hetgeen uitmondde in een contract van jaarlijks 7 concerten voor uitsluitend leden van De Harmonie en met de voorwaarde dat het Amsterdamse orkest in Rotterdam geen andere verplichtingen zou aangaan. Pas in 1919 was bij De Harmonie het inzicht gerijpt dat dit soort 19-eeuwse privileges niet meer te handhaven waren. Toen heeft Elie Cohen, de zeer bemiddelde vader van Elisabeth Brandel-Cohen, de gelegenheid aangegrepen om het orkest met zijn inmiddels beroemde dirigent, Willem Mengelberg, zelf naar Rotterdam uit te nodigen. Deze concerten vonden in de schouwburg plaats en waren toegankelijk voor alle Rotterdammers. Voor de organisatie werd een Mengelbergcomité in het leven geroepen onder voorzitterschap van Aron Brandel. Er ontstond een vriendschap tussen het paar Brandel en Mengelberg. Hij heeft na concerten bij hen aan de Nieuwe Binnenweg gelogeerd. Zij hebben minstens één keer de vakantie in het Zwitserse chalet van de dirigent doorgebracht. Vermeld moet worden dat mevrouw Brandel verrukt was van een zeer jonge violist die na één van de concerten bij hen langs is geweest. Zij heeft toen deze Yehudi Menuhin aan de piano begeleid.

Zes juli 1935 was een grote dag voor Rotterdam: de opening van het nieuwe Museum Boymans. Aron Brandel had zitting in het erecomité. Mevrouw Brandel had een blauwkanten avondjurk laten maken voor de galavoorstelling 's avonds in de schouwburg: de première van de opera 'Halewijn' van Willem Pijper. Nella assisteerde haar bij het toilet maken. Mevrouw Brandel zal die avond met haar avondjurk zeker niet onopgemerkt zijn gebleven. Later na de dood van haar man heeft zij Nella de jurk aangeboden. Nella, inmiddels getrouwd met de Nederlander Wim Reiff en geen bezoekster van grote feesten, heeft met toestemming van mevrouw Brandel de jurk doorgegeven aan haar schoonzuster Lien Bakker-Reiff.

De Joden in Nederland zagen met groeiende onrust wat zich in Duitsland afspeelde. Toen de Duitsers op 10 mei 1940 Nederland binnenvielen kwam de dreiging voor hen zeer nabij. Mevrouw Brandel, geheel alleen in haar chique woning, wilde bij haar zuster Anna aan de Crooswijkse Singel intrekken, temeer daar Anna's echtgenoot zich op de dag van het bombardement het leven benomen had. Aan Nella, met wie mevrouw Brandel nog steeds goed contact had, heeft zij haar kistje juwelen in bewaring gegeven met de mededeling: "Ons komen ze toch halen!" Met Cor van Heezik, wiens hotel Victoria aan het Willemsplein geheel verwoest was, heeft zij een huurcontract gesloten. Hij mocht het pand aan de Binnenweg gaan bewonen en als bodega inrichten op voorwaarde dat er niets verbouwd zou worden. Al spoedig moest hij tegen zijn zin een bordje achter het raam plaatsen met de tekst 'VERBODEN VOOR JODEN' en dit in een huis dat een Joodse dame met zoveel liefde ingericht en zo lang bewoond heeft. Al eind 1941 heeft de roofbank Lippmann-Rosenthal haar het pand afhandig gemaakt. Van Heezik was genoodzaakt het te kopen.

Enkele familieleden van mevrouw Brandel hebben kunnen vluchten. Anderen moesten naar Westerbork, tussenstation naar veel erger oorden. In mei 1943 moest mevrouw Brandel naar het Drentse barakkenkamp. Toen waren de laatste Rotterdams-Joodse kinderen al afgevoerd. Men kan slechts gissen hoe Elisabeth de gang van de betrekkelijke geborgenheid van de woning, die zij en Anna zo zusterlijk gedeeld hadden, middels een trein vol met lotgenoten naar Drenthe ervaren heeft. Heeft de frêle vrouw iets van de waardigheid, die haar zo kenmerkte, kunnen behouden toen zij met al die anderen voet zette op het perron van kamp Westerbork en geconfronteerd werd met de nerveuze hectiek van het Durchgangslager? Wat voor effect moet het op haar gehad hebben een barak te moeten delen met een groot aantal vrouwen uit allerhande kringen en standen, velen vergezeld van hun kroost, en dat in een te krappe ruimte met stapelbedden van driehoog? En dat zij OD-ers moest gehoorzamen, op wier overalls weliswaar ook een gele ster prijkte, maar die doorgaans in de ogen van de Duitse leiding zeer stipt hun werk verrichtten, met name bij de wekelijkse transporten naar 'Polen'. Ongetwijfeld zal Elisabeth ook deel gehad hebben aan de collectieve angst, die elke week door het kamp waarde, wanneer de namen van die ongelukkigen vrijgegeven werden, die met de eerstvolgende trein mee moesten.

Wim en Nella Reiff werd het al spoedig duidelijk dat mevrouw Brandel weg was. Er kwam iemand bij hen aan de deur. Het was dr.H.Cohen, apotheker en voorzitter van de Joodse Raad in Rotterdam. Van Anna, ook in Westerbork, had hij gehoord over het juwelenkistje. Zij dacht dat haar zuster met dit kistje vrijgekocht kon worden. Na het de volgende dag uit een bankkluis gehaald te hebben, hebben Wim en Nella het tegen de avond naar Cohen in Kralingen gebracht. Daar opende hij het kistje en gaf Wim een horloge en Nella een ring eruit, als dank voor alle moeite die zij zich voor mevrouw Brandel getroost hadden. Was achteraf bezien dit niet het gebaar van iemand die niet geloofde in de goede afloop? Een geschenk als herinnering aan een dierbare? Een Duitse officier – was het commandant Gemmeker zelf? - nam het kistje in ontvangst. Het heeft mevrouw Bran­del niet geholpen. Volgens de gegevens van Herinneringscentrum Kamp Westerbork is zij al op 29 juni op transport gesteld. Zij werd een veewagen ingeduwd, waarin de pionier van het damesroeien bij Nautilus met tachtig à negentig mannen, vrouwen, kinderen en baby's een ton moest delen. Zij werd als een stuk vee naar Sobibor vervoerd, waar zij op 2 juli moet zijn vergast.

Het is kerstavond 2005. De telefoon gaat. Jenny Hertzberger is aan de lijn. Emotie klinkt in haar stem door. Zij had vanuit Jeruzalem een bericht ontvangen dat er bij Yad Vashem, de plaats waar alle herinneringen aan de Holocaust zijn samengebracht, een jurk bezorgd was. Die zou toebehoord hebben aan een mevrouw, die vermoedelijk Hertzberger heette. Een bediende, een zekere Nella, zou zich over de jurk ontfermd hebben. Het bestaan van de jurk werd bevestigd via een mailtje van Yad Vashem. Toen Jenny de bijlage geopend had, doemde na enkele seconden op haar computerscherm een doorzichtige, blauwkanten avondjapon op. Noch Jenny, noch haar man, Ellis Hertzberger, hadden enig vermoeden van de herkomst van dit bijzondere kledingstuk. Of ik wist wat hun familienaam met dit gewaad van doen had. En had ik enig idee wie die Nella was? Het was voor mij direct duidelijk. Dit kon niet anders dan de jurk geweest zijn die mevrouw Brandel (en niet mevrouw Hertzberger) op 6 juli 1935 gedragen heeft bij de opening van Museum Boymans. Het begeleidende schrijven was ondertekend door Marianne K Bakker-Rabdau. Zij is de Amerikaanse schoondochter van Lien Bakker. Na het overlijden van Lien in 1980 heeft zij zich over de jurk ontfermd en hem meegenomen naar de USA. Opgeborgen in een oude scheepskist, die haar voorouders vanuit Ierland hadden meegebracht, heeft de jurk door de jaren heen een tocht gemaakt door de USA, van Peoria (Illinois), via Seattle naar Spokane (Washington). Na een recente verhuizing heeft Marianne contact opgenomen met haar huisarts dr. Zellman. Zoals zij in een begeleidende brief aangegeven heeft, heeft de jurk via zijn zoon een definitieve plaats in Jeruzalem gevonden, daarmee een uitzonderlijke en tragische geschiedenis afsluitend.

Gert Andeweg
 

In 1911 won een Nautilus vier voor de 2e maal in successie 'den roeiwedstrijd in Maasgieken' op de Maas. De winnende ploeg legde de 9 km af in 40.48 minuten 
en bestond uit J.B. Jongeneel (boeg), W. Bekker, H.A. de Bij jr., J.J.C. van Heelsbergen (slag) en stuurman J.C. Voogt. Ga naar boven

Uit: jubileumeditie 'de Nautiliaan' voorjaar 1987'