Roeicommando's
Bootgebruik en vaarverbod
Bootbehandeling
Veilig roeien / veiligheidsbeleid
Wat
te doen bij schade en veiligheidsincidenten
Aanvaring, wat nu??
Vaarregels Oude Plantage
Huisregels Rotte
Reserveringssysteem Rotte
De roeicommando’s zijn te verdelen in:
AC - Aankondigingscommando
UC - Uitvoeringscommando
HC - Herstelcommando
Nummering van de roeiers:
De nummering begint bij de boeg. Boeg is nr. 1.
Bv. In een vier: boeg is nr. 1, slag is nr. 4. In een acht: boeg is nr. 1, slag
is nr. 8.
1.. In- en uitstappen
AC- Klaarmaken voor instappen gelijk
De roeier brengt de riem aan de waterzijde uit en plaatst het bankje halverwege
de sliding. Hij houdt bij boordroeien het handvat (‘handle’) van de riem met één
hand vast. Bij scullen houdt de roeier beide handles met één hand vast. De
andere hand houdt dan de rigger en het vlot vast.
UC- Instappen gelijk...één...
Één voet wordt op het slidingplankje van de boot gezet en het lichaamsgewicht
wordt overgebracht tot boven de kiel. De voet niet op (=dóór) de huid zetten,
ook niet op de slidings of op een diagonaal latje.
...twee...
De andere voet wordt in het voetenbord geplaatst. De voet niet op de huid
zetten!
...drie.
Ga zitten op het bankje. De vrije hand kan het gaan zitten ondersteunen.
Eerst de overslagen sluiten -“overslagen dicht”-, dan het voetenbord stellen.
Hierbij de roeiriemen tussen lijf en bovenbenen houden. De riempjes losjes om de
voeten doen.
AC- Klaarmaken voor uitstappen gelijk
De riempjes van het voetenbord worden zo nodig losgemaakt. De overslagen worden
geopend.
De voet aan de waterzijde wordt op het slidingplankje gezet.
UC- Uitstappen gelijk...één...
Ga op het slidingplankje staan.
...twee...
Voet op de kant zetten, gewicht nog boven de boot.
...drie.
Uitstappen, door het gewicht naar de voet op de kant te verplaatsen, waarbij de
riem aan de waterzijde voorzichtig wordt meegenomen uit de dol.
2. Beginnen met roeien
AC- Slagklaar maken
Oprijden tot de inpik-houding met het blad plat op het water.
UC- Slagklaar
Het blad wordt verticaal in het water gedraaid. Zorg dat de boot in evenwicht
ligt.
UC- Af
Roeien.
3. Het roeien onderbreken
AC- Laat.....lopen
“Laat” bij de inpik, “lopen”voor de uitpik.
De roeiers brengen na de uitpik de handles boven de knieën en houden balans met
de bladen los van het water.
HC- Dank u
Hierop worden de bladen plat op het water gelegd.
4. Stoppen van de boot op het water
AC- Laat.....lopen
Zie onder 3.
UC- Houden
Het blad wordt schuin in het water met vrijwel gestrekte arm tegengehouden .
UC- Stop
Het blad wordt in de strijkstand gedraaid en tegengehouden.
UC- Dank u
Het blad wordt plat op het water gelegd.
Opm: het afremmen van de boot moet geleidelijk gebeuren, daar anders het
materiaal te zwaar belast wordt.
Bij een noodstop bij het commando “Houden” het blad zoveel verticaal draaien als
je nog kunt tegenhouden, zonder het materiaal te breken.
5. Strijken
AC- Klaarmaken voor strijken gelijk
Het blad wordt in de strijkstand gedraaid en de handle naar het lichaam
gebracht.
AC- Strijken gelijk
Dit is een mededeling dat aan beide boorden gelijktijdig de bewegingen moeten
worden uitgevoerd.
UC- Af
Men begint met strijken.
HC- Dank u
De strijkende slag wordt afgemaakt, waarna men afwacht met de bladen plat op het
water en de riemen loodrecht op de boot, de handen boven de knieën.
Opm: strijken kan zowel met als zonder rijden worden uitgevoerd. Volg daarbij de
slag.
Na strijken kan worden gestopt door te halen.
6. Rondmaken
“Rondmaken gelijk” = tegelijk met het ene boord een halende en met het andere
boord een strijkende beweging maken. Hierbij niet oprijden.
Rondmaken gelijk wordt alleen bij overnaads materiaal toegepast, omdat er
grotere dwarse krachten op de boot worden uitgeoefend (‘wrikken’).
“Rondmaken ongelijk” = beurtelings met het ene boord strijken en met het andere
boord halen. Hierbij wel oprijden tijdens het strijken en uittrappen tijdens het
halen.
Rondmaken ongelijk kan in alle boottypes worden uitgevoerd.
Het strijkende boord geeft altijd het tempo aan.
AC- Klaarmaken voor rondmaken gelijk/ongelijk over bakboord
De riemen aan bakboord worden in strijkstand gedraaid.
UC- Rond over bakboord...af
Bij “af” begint bakboord met strijken en stuurboord met halen (“rondmaken
gelijk”) of wordt beurtelings gestreken met bakboord en gehaald met stuurboord
(“rondmaken ongelijk”). Het rustende blad wordt plat op het water gehouden en
houdt evenwicht.
HC- Dank u
De roeibeweging wordt beëindigd, waarna de bladen plat op het water worden
gelegd.
Opm: voor rondmaken over stuurboord zijn de commando’s hetzelfde. Vul voor
bakboord stuurboord in e.v.v.
7. Aanleggen van de boot aan het vlot
AC: We gaan aanleggen aan bakboord/ stuurboord
AC- Laat.....lopen
Zie onder 3. De bladen los van het water, tot:
UC- Bakboord/ stuurboord riemen boven het vlot
De bladen aan het genoemde boord worden ruimschoots boven het water gehouden en
daarna boven het vlot.
UC- Stuurboord/ bakboord houden
Met de riemen van het genoemde boord wordt de vaart uit de boot gehaald en
draait deze bij. Let daarbij op het evenwicht.
UC- Stuurboord/ bakboord stop
De bladen van het genoemde boord worden in de stop/strijkstand gedraaid.
HC- Dank u
De riembladen boven het vlot mogen op het vlot worden gelegd. Op de Oude
Plantage met de bolle kant op het vlot. Aan de Rotte houten riemen met de bolle
kant boven, koolstof riemen met de bolle kant onder (dit i.v.m. reparatie
eventuele schades).
Aan het andere boord worden de bladen plat op het water gelegd.
Opm: Bij aanleggen aan een hoge kant wordt het commando “bakboord/stuurboord
slippen” gegeven (zie 15).
8. Loskomen van de kant
AC- Klapje verkeerd aan stuur/bakboord
Dit commando wordt hoofdzakelijk gegeven om de boot dwars-uit van een vlot of
steiger of wal weg te zetten. De riemen aan het genoemde boord worden parallel
aan de boot in het water geplaatst (slipstand) en in de strijkstand gedraaid.
UC- Af
Met kleine klapjes wordt nu gestreken.
HC- Dank u
De strijkbeweging wordt afgemaakt en de riemen weer uitgebracht.
Opm: “klapje verkeerd” wordt bij de meeste verenigingen “slippend strijken”
genoemd.
9. Uithouden van hoge golven
Bij hoge golven, meestal door passerende scheepvaart. De stuurman/vrouw stuurt
de boot parallel aan de aankomende golven (‘dwarszee’) en laat lopen.
AC- Klaarmaken voor uithouden aan bakboord/ stuurboord/ beide boorden
De bladen plat op het water, de knieën uitgetrapt, de handen over de knieën, de
handles in de handen.
UC- Uithouden aan bakboord/stuurboord
Aan het genoemde boord, aan de golfzijde, de handle iets omhoog brengen bij
naderende golf, waardoor het boord iets omhoog wordt getrokken en de golf onder
de boot doorloopt in plaats van de boot in komt. Hierna wordt de handle weer
naar omlaag bewogen, zodat de boot weer recht ligt. Op een eventuele volgende
golf wordt identiek gereageerd. Je houdt zo de boorden van de boot evenwijdig
aan het water.
HC- Dank u
10. Uithouden van lage golven
De stuurman/vrouw stuurt de boot dwars op aankomende golven en laat lopen.
UC- Oprijden naar voren
De roeiers gaan in de inpik houding zitten met de bladen plat op het water.
UC- En pak hem maar weer op
Weer beginnen met roeien. Volg de slag.
11. Manoeuvreer commando’s
AC- Boeg klapje op
De boeg maakt zich klaar om te halen, doorgaans zonder op te rijden.
UC- Af
De boeg haalt door tot het commando:
HC- Dank u
AC- Boeg klapje strijken
De boeg maakt zich klaar om te gaan strijken.
UC- Af
De boeg strijkt door, doorgaans zonder oprijden, tot het commando:
HC- Dank u
Opm: zo ook “Bakboord strijken” voor alle roeiers op bakboord, “Stuurboord
klapje op” of “stuurboord halen” voor alle roeiers op stuurboord. Doorgaan met
strijken/halen tot het commando “Dank u”.
Opm: Er kunnen ook commando’s worden gegeven aan de roeiers volgens
plaatsnummer, bv. “No. 1 klapje op...af”.
12. Roeien van een bocht
UC- Stuurboord/ bakboord sterk
Hierbij wordt aan het genoemde boord krachtig geroeid, terwijl op het andere
boord de beweging alleen wordt meegemaakt, zonder kracht. Hierdoor komt de boot
sneller de bocht door dan alleen met het roer.
HC- En gelijk
Kracht beide boorden weer gelijk vanaf de volgende haal, zoals voor de bocht.
13. Roeien met minder snelheid
UC- Light paddle of spoelhaal
Er wordt zonder kracht geroeid (spoelhaal nog zachter dan light paddle), de
bladen worden alleen door het water gehaald.
HC- En gewoon
Er kan weer gewoon door geroeid worden.
14. Bij golfslag/ woelig water
UC- Hoog scheren
Hierbij worden de handen tijdens wegzet en oprijden dieper door de boot naar
voren gebracht, waardoor de bladen hoger over het water scheren. De halen worden
iets ingekort (minder verre doorhaal).
HC- En gewoon
Als het water weer rustig is.
15. Bij obstakels
UC- Denk aan de riemen aan bakboord/ stuurboord/ beide boorden
Waarbij de roeier naar het genoemde blad kijkt en het obstakel vermijdt, de
roeibeweging zo goed mogelijk meemakend.
HC- En gewoon
16. Nauwe doorgang
Ruim van tevoren (ca 50 meter) wordt het aandachtscommando gegeven:
AC- Let op het commando “slippen”
Er wordt gewoon door geroeid, totdat:
UC- Slippen ...Nu
De haal wordt afgemaakt en de riemen evenwijdig aan de boot gebracht met de
bladen van het water. De handles worden vastgehouden. Let op evenwicht door stil
te zitten.
HC- Riemen uitbrengen
De riemen worden weer uitgebracht. Wacht op volgend commando.
Opm: bij boordroeien moet men om de riem evenwijdig aan de boot te brengen
achterover vallen (= gaan liggen) en de riem over zich heen laten gaan.
17. Lage, nauwe doorgang
AC- Let op het commando “slippen en vallen”
UC- Slippen en vallen ...Nu
De roeier gaat achterover liggen, de riemen evenwijdig aan de boot, de bladen
van het water. De handles worden vastgehouden. Denk aan het evenwicht.
HC- Riemen uitbrengen
De riemen worden weer uitgebracht, de roeier gaat rechtop zitten. Wacht op
volgend commando.
Opm: Kom nooit eerder overeind dan wanneer de stuurman/vrouw het aangeeft. Er
kan nog een brug o.i.d. aankomen.
18. Bij een iets te nauwe doorgang
Soms wordt het volgende commando gebruikt. Meestal echter het commando
“slippen”.
UC- Roeien met halve riemen ... Nu
Waarbij de roeier de riemen gedeeltelijk uit de dol trekt totdat het manchet
zich tussen de handen bevindt. De halen worden ingekort.
Opm: Slechts bij uitzondering te gebruiken, omdat de riemen sneller beschadigd
raken dan bij “slippen”.
Boten zijn ingedeeld in de categorieën type C, type B, type A en
wedstrijdmateriaal.
- Men mag slechts varen in een boottype waarvoor men is afgeroeid of lager.
Onder officiële begeleiding mag geoefend worden in een boot van een klasse
hoger.
- Boten moeten worden gebruikt met de daarbij behorende riemen.
- Bij wedstrijdboten wordt er aan de wedstrijdroeier bekend gemaakt met welke
boot en welke riemen geroeid mag worden.
- Wedstrijdmateriaal dat niet aan een persoon of ploeg is toegewezen, kan als
dispensatieboot worden aangewezen.
- Roeiers die voor dat boottype een dispensatietest gevaren hebben, kunnen
gedurende een periode van twee jaar varen in boten van dat type
Vaarverbod
Er geldt een vaarverbod wanneer:
- het bestuur een vaarverbod uitvaardigt.
- het vriest of als er nog ijs drijft in het water.
- windkracht zes of hoger
- mist met een zicht minder dan 50 meter, gevels overzijde Rotte
- na zonsondergang of als de straatverlichting brandt.
Elke boot kan i.v.m. bijvoorbeeld een schade of reparatie tijdelijk buiten
bedrijf worden gesteld.
Boten moeten met zorg worden behandeld, ook volgens een aantal vaste
spelregels.
- Boten liggen met de punt of boegbal in de richting van de loodsdeuren,
uitzondering hierop zijn de boten die liggen aan de muur aan de zijde van het
fietspad.
- Boten mogen nooit aan de rigger getild worden. Bij uit en binnen brengen van
de boot altijd goed uitkijken of de overslagen dicht zijn.
- C boten en wherries mogen over de kiel te water worden gelaten. Alle andere
boten moeten het water in en uit getild worden. Bij het uit het water halen
vooraf controleren of de bankjes vast zitten.
- Boten die binnen opgeslagen worden moeten buiten vooraf worden afgespoeld en
afgedroogd. De luchtopeningen moeten bij opslag geopend zijn.
- Bij botenvervoer bankjes en riggers goed merken en apart meenemen. Bij
botenvervoer luikjes en luchtopeningen dicht.
- Bij onverhoopte schade aan materiaal proberen zoveel mogelijk restanten mee te
nemen. Van deze gebeurtenis een beschrijving geven inclusief namen van
betrokkenen.
- Riemen. Riemen worden met het blad naar voren getransporteerd. Het in de
dollen plaatsen geschiedt door de riem bij de smalle zijde in de dol te leggen
en dan op te schuiven. Op het vlot ligt de holle zijde van het blad naar boven.
Afremmen van de boot mag slechts geschieden met het blad dat zich in het water
bevindt, niet door over het vlot te slepen.
Afstelling / opstelling
Voor alle boten geldt een standaard afstelling.
De roeiers zijn vrij het voetenbankje te verstellen.
Verandering van zaken als dolhoogte, omboorden van een boot, maken van een blok,
ombouwen van scull naar oars geriggerd o.i.d. mag pas plaatsvinden na overleg
met de materiaal- of wedstrijdcommissaris.
Veilig roeien
doen we samen
Voor niemand is het leuk om schade te varen of om letsel te veroorzaken.
Plezierig roeien begint daarom met oplettendheid en met kennis over het varen.
Wij willen het veilig roeien actief bevorderen. Het moet tussen de oren zitten
bij iedereen. Om dat voor elkaar te krijgen is een samenhangend
veiligheidsbeleid gemaakt. De verschillende onderdelen staan hieronder.
Per
locatie zijn ook veiligheidscoördinatoren aanspreekbaar.
Nautilus geeft hiermee gehoor aan de oproep van de FISA en de KNRB om eigen
maatregelen te nemen die de veiligheid bij het roeien bevorderen.
(FISA:
‘minimumguideline for the practice of safe rowing’)
Veiligheidsbeleid: stimuleren en verplichten
We willen veilig roeien bevorderen door:
1. het stimuleren van veilig gedrag.
Belangrijk is dat iedereen het belang van veiligheid onderkend en dit
bijvoorbeeld tijdens instructie wordt toegelicht en geoefend.
2. het soms stellen van verboden en geboden.
Regels met een verplichtend karakter zijn beperkt tot díe situaties die
objectief vast te stellen zijn en daarmee ook te handhaven zijn. Als regels
overtreden worden, dan volgt er ook een sanctie.
De werkgroep ‘veilig’ heeft dit uitgewerkt in:
- veiligheidsregels voor het roeien op de Rotte en voor het roeien op de
Nieuwe Maas (Oude Plantage)
- een taakomschrijving van de (nieuwe) veiligheidscoördinatoren (Rotte en
Oude Plantage)
- checklist vloot, met FISA richtlijnen voor nieuwe en voor bestaande
schepen
- checklist verzekeringen, op basis van NOC*NSF aanbevelingen voor het
goed verzekeren van een sportvereniging
- checklist informatiebord. De FISA beveelt aan om de roeiers in de loods
(nog eens) te informeren over veiligheidsvoorzieningen en locale
vaaromstandigheden.
Hieronder vind je een aantal van deze onderwerpen terug.
Veiligheidscoördinatoren
Er zijn veiligheidscoördinatoren: één voor het roeien vanaf de locatie Rotte
(ook voor wedstrijden en evenementen elders) en één voor het roeien vanaf de
Oude Plantage ( ook voor tochten elders) .
Hun functie is ‘stimulerend’:
- voorlichting tijdens de instructie.
Er voor zorgen dat veiligheid aan de orde komt: kledingadvies; hoe bruggen te
nemen; wie heeft voorrang; stuurboordwal varen; blijven (om)kijken; wat te doen
bij omslaan; wat te doen bij schade; zorg zelf voor een dekkende
aansprakelijkheidsverzekering (AVP); varen in de winter, ed.
- organiseren van activiteiten
Het organiseren van activiteiten zoals een omsla-cursus. Voor de Oude Plantage
zal geregeld een stuurliedenoverleg (OP) worden gehouden. Hier kunnen lastige
situaties besproken worden ten gevolge van het samen met de beroepsvaart varen
in het havengebied.
- evalueren
De veiligheidscoördinatoren evalueren het aspect veiligheid bij tochten,
wedstrijden en evenementen samen met de organisatoren. Zij hebben een
adviserende bevoegdheid, bijvoorbeeld om een draaiboek aan te passen.
- FONA
Van fouten, ongevallen en ‘near accidents’ (FONA)
willen we leren. Situaties waarin de veiligheid in het geding is geweest kunnen
leden melden aan de veiligheidscoördinatoren. Deze coördinatoren bekijken dan
wat hieraan gedaan kan worden voor de toekomst. Zij melden dat aan het bestuur,
i.c. de commissaris roeien.
- extern overleg
Voor het roeien op de Nieuwe Maas is een goede afstemming met het Havenbedrijf
en de rivierpolitie gewenst. Afspraken over het vaargebied worden hier gemaakt
en over het maken van tochten door het havengebied.
Belangrijk is dat de veiligheidcoördinatoren geen bestuurlijke bevoegdheid
hebben om leden te dwingen iets te doen. De veiligheidscoördinatoren staan de
leden bij om de veiligheid op het water te blijven verbeteren.
Voor contact: veiligheidscoördinator locatie Rotte
Koen Vermeulen;
locatie Oude Plantage
Guus Sikkema.
De checklist taken veiligheidscoördinator is
hier te downloaden.
Vaarregels
op de Nieuwe Maas (locatie Oude Plantage)
Op de Nieuwe Maas wordt door zowel de Koninklijke Roei&Zeilvereniging ‘De Maas’
als door ‘Roeivereeniging Nautilus’ gevaren. Beide verenigingen hebben daarom
dezelfde vaarregels opgesteld voor het veilig varen op getijdenwater en in het
bijzonder op de Nieuwe Maas.
1. Afstemming
Beide verenigingen stemmen hun opleidingen voor het roeien en sturen op
getijdenwater af. In het algemeen wordt alle informatie over veiligheid
uitgewisseld. Afspraken met het havenbedrijf en de rivierpolitie worden zoveel
mogelijk met elkaar afgestemd. Stuurliedenoverleg en voorlichting aan leden
staan in principe voor elkaar open.
2. Aanbevelingen
- Bemanning
Een gemiddelde bemanning moet in staat zijn snel te kunnen oversteken. De
roeiers moeten zich op de hoogte stellen van hun eigen kracht. Als referentie
wordt voorlopig gedacht aan minimaal 2’:50 over 500 meter.
- Boot
De stuurvrouw/ -man heeft een mobiele telefoon aanstaan met voorgeprogrammeerd
Haven Coördinatie Centrum (HCC) 010 25 2 24 00 en loods Oude Plantage
(010-413 87 91); in de boot tevens aanwezig: pikhaak; hoosvaten; eenvoudig
gereedschap/bahco; tape; 5m-werplijn (FISA-eis); pleisters/tape.
- Reddingsvest
Aanbevolen wordt een reddingsvest te dragen, in de periode 1 oktober tot 1 mei
bestaat bij te water geraken een ernstig gevaar van ‘cold shock’ in de eerste
minuut en van onderkoeling daarna. Voor een advies over het gewenste type
reddingsvest
klik
hier. Zie ook de instructiefilm van
Nautilus op youtube.
3. Verplichtingen
- Reddingsvest tijdens instructie
Tijdens roei-instructie vanaf de Oude Plantage is het dragen van een
reddingsvest gedurende het gehele jaar verplicht. Nautilus stelt
tijdens instructie reddingsvesten beschikbaar.
- Vaarverboden
De geldende regels (BPR; Havenreglement) zijn van kracht en zijn door de
roeiverenigingen aanscherpt:
- Alle havens beneden de Erasmusbrug zijn verboden gebieden,
behalve Parkhaven en Veerhaven
- Varen beneden de Eramusbrug is verboden maandag t/m vrijdag
vóór 18.00 uur
- Varend stuurboordwal vanuit de stad is oversteken vóór de
Feijenoordhaven verboden
- Vaarverbod bij geen zicht vanuit de sociëteit op ‘de Hef’;
bij nul graden of ijsgang; onweer.
- Vaarverbod bij windkracht 5 of meer ( voor wherry en D/E 4
geldt windkracht 6 of meer). De stuurvrouw- -man beoordeelt de weerssituatie en
–verwachting in relatie tot stroom, wind, temperatuur, kwaliteit bemanning en
vaareigenschap boot. Dat kan betekenen dat lagere
windsnelheden ook al te hoog zijn.
- Varen beneden de Waalhaven is verboden, tenzij tevoren bij
het Havenbedrijf gemeld. Dit geldt ook bij het varen met één schip.
- Organiseren tochten, wedstrijden en evenementen vanaf de Oude Plantage
- Aanmelding minimaal 48 uur tevoren en geen bezwaar bij het
Havenbedrijf gemeld. Dit geldt dus niet voor de wekelijkse of individuele
‘rondjes’.
- Schriftelijk draaiboek is verplicht met daarin een
veiligheidsplan en –evaluatie.
Wat te doen bij
schade en veiligheidsincidenten
1. Vooraf
Check of je een eigen aansprakelijkheidsverzekering hebt (AansprakelijkheidsVerzekering
Particulieren, AVP). Dat kost een paar tientjes en is normaal ook voor het
dagelijkse leven. Controleer wél of het varen in een roeiboot niet uitgesloten
is. Sommige verzekeraars vinden dat daarvoor een vaartuigverzekering nodig is.
Nautilus heeft voor haar leden geen aansprakelijkheidsverzekering. En schade
door leden aangebracht valt onder individuele verantwoordelijkheid van elk lid.
2. Schade aan de boot van de eigen vereniging*
Meld direct bij terugkomst in het schadeboek. Doe je dat niet dan breng je de
volgende gebruiker in gevaar.
3. Schade aan en/of door andere boot of object*
- Onthoud naam+adres/ bootnaam/ locatie / tijdstip andere betrokkenen.
- Bel 112 als je medische ondersteuning nodig hebt.
- Doe achteraf aangifte bij politie als je vindt dat strafvervolging nodig is,
bijvoorbeeld bij opzet, grove schuld, doorvaren, of bij een ernstig
(letsel)incident. Zie ook ‘Aanvaring
wat nu??’
- Regel zelf schade met de tegenpartij en/of je eigen AVP verzekeraar. Neem ook
contact op met de veiligheidscoördinator, sommige boten zijn WA+CASCO door de
vereniging verzekerd.
* Schadevaren met veiligheidsaspect of veiligheidsincident zonder schade
Vul het formulier Incidentenrapportage in en lever het in bij de
veiligheidcoördinator.
Het Nautilusformulier is o.b.v. het KNRB/FISA format. Het formulier (WORD) is
hier
te downloaden.
Checklist vlootplan
1. Vlootplan
De vlootcommissaris zorgt volgens art. 19 van het huishoudelijke reglement van
de vereniging voor de aanschaf en het bijhouden van de verenigingsvloot en
brengt jaarlijks in de ALV verslag uit door middel van een update van het
vlootplan. In deze update doet de vlootcommissaris expliciet verslag hoe
bevorderd wordt dat de roeiuitrusting aan veiligheidsrichtlijnen voldoet.
2. FISA aanbeveling
Met betrekking tot de roeiuitrusting en vlootopbouw neemt de vereniging de
‘minimum guidelines for the safe practice of rowing’ van de FISA voorjaar
2006 als aanbeveling over.
‘minimum guidelines for the safe practice of rowing’:
a. Ten behoeve van de veiligheid van alle betrokkenen dient het roeimateriaal in
goede staat te worden gehouden.
b. Bijzondere aandacht is vereist voor het volgende:
1. Elke boot moet een stevig bevestigde boegbal hebben van
ten minste 4 cm in diameter. Slechts wanneer de boot zodanig is geconstrueerd
dat de boeg goed is afgeschermd of de vorm daarvan geen gevaar kan vormen, is
deze boegbal niet nodig.
2. Hielbanden en losklik-mechanismen moeten goed werken in
elke boot die is uitgerust met bootschoenen. De hielbanden moeten het optillen
van de hiel met meer dan 5 cm voorkomen.
3. Alle riemen moeten periodiek worden gecontroleerd op goed
bevestigde en vastzittende kragen.
4. Voor- en achtertaften moeten dienen als afzonderlijke
drijflichamen en moeten periodiek worden gecontroleerd op hun werking als
zodanig.
5. Elke boot dient een minimum aan drijfvermogen te hebben:
• Wanneer de boot vol water staat, moet hij met de complete
ploeg in roeipositie aan boord zodanig blijven drijven dat de bovenkant van het
bankje zich maximaal 5 cm onder de waterlijn bevindt.
• In oudere boten die niet ontworpen zijn op bovenstaande eis
kunnen hiertoe opblaasbare luchtzakken, schuimblokken of andere materialen
worden gebruikt.
Handige links
Weer, stroom, getij
- Temperatuur, windsnelheden, buien en onweer, o.a.
www.knmi.nl en
www.buienrader.nl
- getij, waterstanden op
www.getij.nl
- stromingen in het havengebied van Rotterdam
klik hier.
- Nautilus heeft in de loods op de locatie OP getijdenboekjes liggen en er hangt
een getij-kromme.
Vaarwegen
- Aanbevolen vaarroutes bij knooppunten in Rotterdam, Ridderkerk, Dordrecht,
Oude Maas klik hier.
- Op www.varendoejesamen.info zal voor de belangrijkste knooppunten in
Nederland beschreven worden hoe recreatievaart en beroepsvaart elkaar niet in
het vaarwater kunnen zitten.
- Voor de Gelderse IJssel e.o. is ook een convenant gesloten tussen de
roeiverenigingen daar en Rijkswaterstaat met als titel ‘Veilig varen doen we
samen’. Voor de folder
klik hier.
Nautilus
- Binnen de ‘Roeivereeniging Nautilus’ gelden een aantal regels. Deze zijn
opgenomen in het roei- en examenreglement.
Klik hier.
- In de huisregels staat (nogmaals) wanneer je mag varen:
klik hier;
KNRB
- Overzichtsite met informatie over veiligheidsbeleid, veiligheidsplannen,
Binnenvaartpolitiereglement, aansprakelijkheid, veiligheidsmateriaal ed.
Klik
hier.
Onderkoeling en oververhitting
- Brochure van de KNRB ‘Gelukkig kan ik het nog navertellen’
- In de FISA ‘minimum guideline’ staan symptomen en benodigde actie beschreven.
KNRB-vertaling
- Zie ook de website van
Kano Rotterdam
Uiteraard geldt voorkomen is beter dan genezen, dus kijk goed en vaar aan
stuurboordwal. Helaas laat de praktijk zien dat ondanks alle
voorzorgsmaatregelen het mogelijk is dat je ergens tegenaan vaart, de kant, het
vlot, balken en/of paaltjes in het water, bruggen en/of dukdalven, woonboot,
plezierboten of andere roeiboten of dat een boot wordt overspoeld door een groot
schip.
Je kunt als lid aansprakelijk worden gesteld voor schade die door schuld of
nalatigheid is veroorzaakt en dat de eventuele kosten in rekening worden
gebracht (zo staat het ook in het Huishoudelijk Reglement artikel 32). Het is
dan ook van groot belang, dat je bij aanvang lidmaatschap zelf controleert of je
WA-verzekering dekking biedt voor eventuele schades.
Indien er geen andere mensen bij betrokken zijn (de kant, het vlot, balken en/of
paaltjes in het water). Dan geldt dat je bij terugkomst op Nautilus te allen
tijde een schadeformulier invult. Schades zijn namelijk niet altijd zichtbaar,
sommige schades manifesteren zich op een andere plaats dan waar de boot
bijvoorbeeld de kant heeft geraakt. De werkplaats kan dan de boot goed
onderzoeken.
Indien er wel andere mensen bij betrokken zijn (aanvaring tegen een woonboot,
plezierboot of andere roeiboot), dan is het handig en verstandig de volgende
zaken in acht te nemen.
Direct na de aanvaring
Getuigen zijn heel belangrijk om schade te kunnen verhalen (en om te
voorkomen dat u eventueel strafrechtelijk wordt vervolgd). Vraag na een
aanvaring meteen de identiteit op van de bestuurder van van de tegenpartij en
noteer deze (in gestuurde nummers is de stuur verantwoordelijk (tenzij de
roeiers anders beslissen). Algemeen geldt dat als de stuur onder de 18 jaar is,
dan is de ploeg (/boeg) verantwoordelijk, stuur boven de 18 jaar dan is de stuur
zelf verantwoordelijk. Bij ongestuurde nummers is de boeg verantwoordelijk).
Schrijf desnoods de naam op van boten waarvan de bestuurder/roeiers de aanvaring
waarschijnlijk heeft/hebben zien gebeuren.
De meest nuttige getuigen zijn neutrale buitenstaanders. De verzekeraar, en als
het zover komt de rechter, hechten bijvoorbeeld meer waarde aan de verklaring
van volwassenen en buitenstaanders dan die van familie en kleine kinderen.
Boten aan de kant
Voor het eerlijk bepalen van de toedracht kunnen de boten beter even blijven
liggen. Gezamenlijk kan de de locatie worden bepaald (stuur- of bakboord).
Getuigen kunnen ook verklaren hoe de boten lagen.
Spreek met elkaar af waar (op welke vereniging) een schadeformulier wordt
ingevuld.
Wanneer politie erbij
Bij een ernstig ongeval (letsel, flinke materiële schade) moet de politie
altijd gebeld worden. Zonodig ook de ambulance via 1-1-2. Gaat het om geringe
schade en is men het met elkaar eens over de toedracht, dan is tussenkomst van
de politie niet noodzakelijk. Zorg wel dat het schadeformulier wordt
ondertekend.
Schadeformulier invullen
Vul het schadeformulier juist en volledig in. Dit voorkomt vertraging in de
afwikkeling met uw verzekeraar.
Het schadeformulier moet worden ondertekend door beide partijen. Maak een kopie,
of stel het schadeformulier in tweevoud (een voor iedere partij) op.
Invultips
1. Getuigen: noteer meteen hun identiteit; naam van hun vaartuig / roeiboot en vereniging;
2. Geef goed aan waar de schade zich bevindt. Dit voorkomt achteraf ontkenning van de tegenpartij: “O, maar die schade heb ik niet veroorzaakt...”;
3. Maak eventueel foto’s van de schade (velen hebben een camera op hun gsm);
4. Maak een kopie van het schadeformulier of stel deze in tweevoud op. Dit voorkomt discussie of een tegenpartij achteraf er extra informatie bijzet;
5. Vermeldt de tegenpartij iets waarmee u het niet eens bent? Dan duidelijk protest aantekenen. Anders wekt u de schijn dat u het met de opmerking(en) eens bent.
6. De situatieschets. Geef ook duidelijk aan waar op de water (zowel locatie als stuur- of bakboord) de vaartuigen zich bevonden kort voor de aanvaring.
7. Ondertekenen. Zet alleen een handtekening als u het eens bent met de inhoud van het formulier. Bent u het niet eens, maak dan een duidelijk voorbehoud.
Hieronder volgt een opsomming van de
huisregels van de Rotte. Aan bod komen
ondermeer de onderwerpen bootbehandeling,
dispensatie, schade aan boten, het afsluiten
van het gebouw, etc.
IN WELKE BOOT
Er mag zelfstandig geroeid worden in de
boottypes waarvoor men afgeroeid is (C, B,
A). Wedstrijdschepen (W) mogen alleen
gebruikt worden door ploegen die hiervoor
toestemming hebben van de
wedstrijdcommissaris. Dispensatieschepen (D)
mogen alleen gebruikt worden indien de ploeg
voldoet aan de voorwaarden uit de
dispensatieregeling. Op de boottoewijzing is
te zien welke schepen door
dispensatieroeiers gebruikt mogen worden.
WANNEER NIET ROEIEN
Er mag niet geroeid worden bij
- duisternis (dit is tussen zonsondergang en
zonsopgang)
- harde wind (vanaf windkracht 7),
- onweer
- vorst en/of ijsgang
- mist (hoge brug is niet goed zichtbaar
vanaf het vlot)
Eventueel aanwezige bestuursleden kunnen
afwijkend beslissen.
TENUE
Het Nautilus tenue bestaat uit een wit shirt
met op borsthoogte een korenblauwe band en
een korenblauwe roeibroek. Tijdens het
roeien wordt bij voorkeur het Nautilus tenue
gedragen. Bij officiële gelegenheden zoals
wedstrijden en/of gastentochten, zowel uit
als thuis, is het Nautilus tenue verplicht.
Bij het afroeien en het dispensatieroeien is
het Nautilus tenue verplicht. Een
trainingspak is bij voorkeur blauw.
Bootschoenen met zachte zolen dienen te
passen in de voetenborden.
INSCHRIJVEN/RESERVEREN
De stuurman schrijft de boot en bemanning in
het betreffende logboek zowel in als uit. De
voor- EN achternamen dienen vermeld te
worden. Boten kunnen maximaal 72 uur van
tevoren worden gereserveerd. Ploegen die
gebruik maken van wedstrijd of
dispensatieboten kunnen onder bepaalde
voorwaarden het 'recht van eerste gebruik'
verkrijgen. Zij mogen dan maximaal 7 dagen
vooruit een boot reserveren. Indien een
ploeg dit recht heeft staat dit vermeld op
de toewijzingen.
RIEMEN
Boordriemen worden per stuk uit het rek
gehaald en met het blad naar voren naar het
vlot gebracht. Scullriemen één voor één uit
het rek halen en vervolgens in iedere hand
één riem met het blad naar voren naar het
vlot brengen. Bij terugkeer worden de riemen
op dezelfde wijze teruggebracht. Bij
kunststofriemen ligt het blad met bolle kant
naar beneden!! Bij houten riemen ligt het
blad met de bolle kant naar boven!! Riemen
mogen niet tegen het gebouw gezet worden.
Riemen één voor éën in de dol leggen. De
riemen aan vlotzijde eerst.
BOTEN
De stuurman heeft het commando bij het uit
de stelling halen van de boten. De stuurman
staat bij voorkeur bij de achtersteven. De
eventuele bootkarretjes naar de zijkant
rollen. Als de boot buiten is, wordt deze op
aangeven van de stuurman gedraaid en worden
de hekken opengezet. Bij drukte op het vlot
direct instappen en afvaren, zonodig stellen
op het water. Bij terugkeer eerst de boot
uit het water halen. afspuiten (ook de
slidings) en afdrogen. De boot wordt eerst
binnen-gebracht, daarna pas de riemen. Zo
wordt stagnatie op het vlot bij vertrek en
aankomst voorkomen. Dweilen worden
uitgespoeld in schoon water. De laatste
gebruiker rolt de waterslang op. Schragen
worden na gebruik teruggezet.
NOOIT OVER EEN BOOT HEENSTAPPEN!!
Boten liggen in de loods met de boegbal in
de richting van de loodsdeur. De skiffs
tegen de buitenmuur liggen met de boegbal
naar de binnenzijde. De hekken van de dollen
zijn dichtgedraaid.
DISPENSATIE
Om gebruik te mogen maken van de
dispensatieschepen moet de HELE ploeg
voldoen aan de voorwaarden zoals beschreven
in de dispensatie regeling (of toestemming
hebben van de wedstrijdcommissaris).
Dispensatie behaalt men indien een afstand
van 20 km binnen een vastgestelde tijd
geroeid wordt. Voor boottype, leeftijd en
geslacht vindt er een correctie plaats op de
te roeien tijd. De dispensatie is maximaal 2
jaar geldig. Een aantal malen per jaar
worden door de wedstrijdcommissie
dispensatietesten georganiseerd. Zie elders
voor de volledige dispensatieregeling.
SCHADES
Eventuele schades of mankementen dienen
direct in het schadeboek gemeld te worden.
AFSLUITEN GEBOUW
Afsluiten ook als je doordeweeks
overdag gaat roeien. Als er niemand in het
gebouw is moet het hek op slot. Controleer
of je de laatste bent die het gebouw
verlaat. Alle ramen en deuren sluiten en de
lichten uitdoen. Voordeur en hek afsluiten.
ROEICOMMANDO'S
Hiervoor is een aparte instructie
aanwezig. Vraag hiernaar bij de
roei-instructeur.
Gecombineerd reserverings- en inschrijfsysteem
1. Om te reserveren schrijf je in het betreffende vakje op de
"RESERVERINGSLIJST":
- het volgnummer van de eerst volgende lege regel op de inschrijflijst;
- horizontaal in het vak van de boot waarin je wilt gaan roeien;
- verticaal in de datumkolom. (één vakje per reservering gebruiken).
2. Vervolgens controleer je wanneer de boot beschikbaar is en zet je op de
“INSCHRIJFLIJST":
- het volgnummer van je inschrijving;
- de datum van de dag wanneer je wilt gaan roeien;
- de namen van de roeiers;
- de naam van de boot;
- de vertrektijd;
- de aankomsttijd, waarop de boot voor een evt. volgende gebruiker weer
beschikbaar is.
3. Om overzicht te houden welke boten er in gebruik zijn, is het BELANGRIJK:
- dat als je vertrekt achter je inschrijving in de kolom "UIT" een kruisje zet;
- als je terug bent zet je in de kolom "IN" weer een kruisje.
4. Als je niet hebt gereserveerd vul je toch het volgnummer in op de
"RESERVERINGSLIJST".
INSCHRIJVEN MAG NIET EERDER DAN 72 UUR (= 3x24 uur) VAN TE VOREN EN NIET LANGER
DAN VOOR EEN ROEITIJD VAN MAXIMAAL TWEE UUR.
OP ZATERDAG- & ZONDAGMORGEN:
Gelden i.v.m. het veelvuldig gebruik van de boten vaste (vaar)tijden tussen 9 en
11 en van 11 tot 13uur.
Inschrijvingen die niet doorgaan dienen zo spoedig mogelijk te worden
doorgehaald, de reservering vervalt als de boot 15 min. na het tijdstip van
vertrek niet in gebruik is.